Eat Me, Drink Me © Berkman en Janssens 2002 Parkeergarage Hilversum

Afmeting: de gehele Parkeergarage

 

Alice in Wonderland en Vanitas in Hilversum

 

Onder het winkelcentrum Seinhorst word je verleid te eten en drinken van de geneugten die je boven de grond zult vinden. Een warm welkom…

‘Eat me, drink me’ is ontworpen en gerealiseerd door kunstenaarsduo Berkman en Janssens.

Berenparade © Berkman en Janssens 2001 in de Berenkuil Fietstunnels

afmeting: 650 m2 gedecoreerde tegels en lijnverlichting

 

Fiets met de berenparade mee de stad in…

 

De eerste ongelijkvloerse kruising van Nederland is overdag en ’s nachts een veilige en vrolijke omgeving dankzij deze tegelkunst ontworpen en gerealisseerd door kunstenaarsduo Berkman en Janssens.

 

De duizenden beren en de grote gekleurde tableaus zijn met de hand geglazuurd in de keramiekfabriek de Porceleyne Fles in Delft.

Het Verlangen © Berkman en Janssens 2008 Duivendrecht

Kunst geeft niemandsland een gezicht.

 

‘Het Verlangen’ bestaat uit een ensemble van 16 tweedimensionale witte stalen beelden, van 2,5 tot 4 m hoog, aan weerszijden van de Holterbergweg, als een corridor over een lengte van 80 meter vlakbij station Duivendrecht.

 

Evenals in eerdere kunstwerken van kunstenaarsduo Berkman en Janssens (‘Hortus Conclusus’, Bleiswijk 2006) zijn deze witte beelden geïnspireerd op de betekenis van figuren op de 16e-eeuwse tapijtenserie ‘La Dame à la Licorne’. De (dier)figuren symboliseren een fase van ‘het menselijke verlangen’. In het kunstwerk ‘De Liefdesbrief’ (Delft 2007) is de betekenis van de liefdesbrief als middel om het verlangen aan te wakkeren, in de openbare ruimte van Delft verbeeld. In deze beeldenreeks in Amsterdam, is de inspiratiebron verwerkt tot allegorische beelden. Aan iedere zijde van de weg wordt de reeks geopend en afgesloten door een aap die op een arcadeboog staat. Daartussen bevinden zich sierlijke tuinvazen, statige keizerskronen en twee honden. De beelden zijn te interpreteren als: lust, schaamte en onschuld beschermt door trouw.

 

De beelden, die herinneren aan knipsels, zijn niet alleen zichtbaar voor fietsers en automobilisten die gebruik maken van de Holterbergweg. Ook trein- en metroreizigers die vanaf station Duivendrecht reizen, kunnen de beelden goed zien.

De Beeldengroep ‘het Verlangen’ is in een geheel nieuwe compositie in 2019 geplaatst op de hoek Holterbergweg – Buitensingel.

La Vue © Berkman en Janssens 2009 Fietstunnel Leersum

Afmeting: 112 m x 2,5 m

 

Dansende gouden Aapjes in het Leersumse Veld

 

Het kunstwerk van Berkman en Janssens in de fietstunnel bestaat uit 500 m2 gedecoreerde tegels en een hekwerk met een totale lengte van 112 meter. De titel is ontleend aan het tapijt ‘La Vue’ uit de tapijtenserie ‘La Dame à la Licorne’, over de betekenis van de zintuigen in het verlangen.

 

 

 

Aphrodites’ Garden Station NS Zandvoort 2011

Afmeting; 120 m2

 

Op het perron kijk je in de tuin van Aphrodite 

 

Het perron van Station Zandvoort aan Zee vormt het decor voor een onverwachte ontmoeting:

wie hier wacht op de trein, of arriveert, kijkt niet alleen naar het spoor, maar in de tuin van Aphrodite.

De kiosk is getransformeerd tot een zeeaquarium –

een venster op een mythische onderwaterwereld waarin verlangen, metamorfose en natuur samenvallen.

 

Dit werk wortelt diep in mijn oeuvre, dat sinds 1996 cirkelt rond de zee als oersysteem en als spiegel van het menselijk verlangen. Dagelijks verzamel ik tijdens mijn strandwandelingen wieren, algen en andere vondsten – sporen van een onzichtbare wereld die meer dan de helft van onze zuurstof produceert en tegelijk uiterst kwetsbaar is. Deze organische vormen vormen het beginpunt van mijn tekeningen, sculpturen en ruimtelijke tapijten. In mijn atelier groeien zij uit tot hybride wezens: half plant, half dier; half werkelijkheid, half mythe.

 

Voor de Kiosk op het station van Zandvoort aan Zee, heb ik mij laten inspireren door de zestiende- en zeventiende-eeuwse natuurhistorische boeken uit de bibliotheek van het #Teylers Museum in Haarlem. en het #Rijksmuseum te Amsterdam In deze vroege encyclopedieën worden onbekende zeewezens – als aannemelijke ontmoetingen tijdens ontdekkingsreizen- met evenveel verwondering als verbeeldingskracht beschreven en getekend. Ook de verhalende rijkdom van de *Metamorfosen* van Ovidius resoneert hier: de gedachte dat alles voortdurend in transformatie is. Op de wanden van de kiosk verschijnen daarom figuren die zweven tussen botanica en mythologie. Venus met een spiegel zwemt naar de Zee-Eenhoorn; Neptunus gaat de strijd aan met de Zee-Olifant; het Zeehert lijkt zich gelukkig te weten in de nabijheid van Vrouwe Fortuna.

 

Het zijn geen illustraties van bestaande verhalen, maar nieuwe constellaties waarin menselijke emoties zich vermengen met mariene vormen. De zee wordt hier niet alleen afgebeeld, maar verbeeld als innerlijke ruimte. Dat deze mythische tuin zich juist op een station bevindt, is betekenisvol.

 

Reizen is een staat van overgang – een moment tussen vertrek en aankomst. In mijn werk onderzoek ik die tussenzone: waar de vaste vorm oplost en iets nieuws ontstaat. In opdracht van de NS heb ik de aankomst en het vertrek in Zandvoort willen omgeven met een beeldtaal die openheid en verwondering oproept.

Al meer dan dertig realiseer ik kunstwerken in de openbare ruimte voor NS, Prorail en RWS – plekken waar mensen onderweg zijn, elkaar ontmoeten of afscheid nemen. Mijn werk wil daar een zachte bedding vormen: helder, verhalend en tegelijk gelaagd.

 

De reacties op Aphrodites’ Garden tonen hoe kunst een publieke ruimte kan activeren. Reizigers fotograferen elkaar of hun kinderen voor de onderwaterwereld; het perron wordt een plek van herinnering. De zee, die op loopafstand ligt, lijkt al aanwezig vóór men haar bereikt.

Voor de voorheen door zeezout en wind aangetaste RVS- en trespa-wanden van de kiosk koos ik een duurzame en sobere ingreep: gelamineerde grootformaat prints, UV-bestendig en kleurecht. De techniek is robuust, het beeld poëtisch. Zoals vaker in mijn oeuvre gaat het om een spanningsveld tussen kwetsbaarheid en bestendigheid – tussen het vluchtige van het getij en de blijvende behoefte aan verbeelding.

 

Op het perron kijk je in de tuin van Aphrodite.

En misschien, heel even, ook in die van jezelf.

 

 

Fluitend door de Kerksteeg Zandvoort 2010

Afmeting: 20 m x 2,5 m

 

Meefluiten met blauwe en gouden musjes…

 

De Gemeente Zandvoort heeft opdracht gegeven aan Margot Berkman voor een tegelkunstwerk in de Kerksteeg. Met veel plezier geven mensen gehoor aan de oproep fluitend door de Kerksteeg te gaan.

 

De tegels met het motief van de blauwe en gouden musjes zijn ook te zien in het kunstwerk ‘De Dames en de Muze’ een sprookjesachtige tunnel ontworpen door Berkman en Janssens in Bos en Lommer te Amsterdam.

kunstwerken van Berkman en Janssens – archief 1997-2010

ARCHIEF  

Kunstenaarsduo Berkman en Janssens heeft van 1997 tot 2010 opdrachten in de openbare ruimte gerealiseerd.

 

Opdrachtgevers (een selectie):

Prorail en projectorganisatie Betuweroute, Stadsdeel bos en Lommer, RET Rotterdam, Gemeente Utrecht, Gemeente Zandvoort, Daniëlle Lokin, Directeur gemeentemusea Delft, NS Vastgoed, IKEA Holding, Woningbouwvereniging Rochdale Amsterdam, Gemeente Vianen, Rijkswaterstraat, Prorail, GZH, Gemeente Delft, Provincie Utrecht, Provincie Noord Holland, Schildersbedrijf Joh. Van Doorn de Bilt bv, De Nederlandse Spoorwegen, Burgemeester Annie Brouwer-Korf, gemeente Amsterdam

 

Voor gedetailleerde informatie klik: https://www.margotberkman.nl/archief/

Hebban olla Vogele Nestas Landgoed Pingjum 2010

Afmeting: 3,5 meter x 2,5 m (ensemble van twee delen)

 

Mevr. M. Guise’s woorden bij de onthulling:

 

‘Zoals jullie weten vertoef ik bij tijd en wijlen in Pingjum. In mijn prachtige tuin dool ik, lees ik, knip en snoei ik. Ik snuif de lucht op van het Friese Land. Dát doet me goed.

 

Achter in mijn tuin stond vroeger een achtkantige volière, vol exotische vogeltjes als ik de verhalen mag geloven. Toen ik tien jaar geleden hier kwam wonen, was het stenen fundament het enige wat er nog aan herinnerde. Margot Berkman is beeldend kunstenaar en heeft de laatste jaren beelden gemaakt, die mij inspireren. Ze zijn lieflijk en elegant; ze nemen je mee en laten je gedachten spelen. Het zijn vaak sprookjesachtige figuren die verwijzen naar de grotere verlangens van dit leven. Háár heb ik gevraagd om eens in mijn tuin rond te kijken om voor mij een kunstwerk te maken. Margot heeft gefotografeerd en geschetst, heeft hier gewerkt en gelogeerd. In haar werkwijze nemen de plek waarvoor ze iets maakt en de verhalen die een opdrachtgever vertelt, een belangrijke plaats in. Margot vertelde mij dat mijn liefde voor de literatuur, de contemplatie in mijn Hof, mijn paradijs en mijn liefde voor de natuur de inspiratiebron vormden voor het kunstwerk.

 

Margot Berkman vertelt: Mijn inspiratiebron, de middeleeuwse tapijtenserie ‘La dame à la Licorne’ vertelt middels het zesde kleed getiteld ‘A mon seul Désir’ over de universele liefde en het verlangen tot contemplatie. De oude pastorie en de 12e eeuwse gotische kerk van Pingjum, het verlangen naar dáár te zijn en de weidsheid en rust van het landschap onderstrepen dat idee. De titel van het kunstwerk ‘Hebban olla vogele nestas’ is ontleend aan de oudste dichtregel uit de Nederlandse literatuur:

 

Quid expectamus nunc
Abent omnes volucres nidos inceptos nisi ego et tu
Hebban olla vogele nestas hagunnan hinase hic
Enda thu wat unbidan we nu

(12 e eeuw, anoniem)

 

Gerrit Komrij heeft er in zijn bundel ‘in Liefde Bloeyende’ zo prachtig over geschreven: ‘Zijn alle vogels aan hun nesten begonnen- behalve ik en jij- waar wachten we nu op?’ Hij onderzoekt de betekenis van dit allereerste Nederlandse zinnetje dat gevonden is op een schutblad van een boek uit de benedictijner abdij van Rochester in het Engelse Kent. Is het een minnedichtje, gaat het over het verlangen naar de warmte van het klooster of gaat het over een mystiek Godsverlangen?Of was het gewoon een monnik met lentekriebels en was dit zinnetje slechts een ‘probatio pennae?’ De verliefde monnik die dichter geworden is. Komrij schrijft: ‘Lees het zinnetje zoals het er staat. De ritmische en emotionele sequentie, gevat in een metafoor- ik en jij zijn als vogels- maakt dit heldere gedachtenbeeld in een spanningsveld van klanken tot lyriek, tot een gedicht.’

 

Zou het zo kunnen zijn dat de dichter van de regels in de 12e eeuw dit schreef vanuit de toren van de kerk in Pingjum? Het kunstwerk bestaat uit twee delen. Het eerste beeld (h:3,5m) staat op de achtkantige fundering van de oude volière. Het is een tentje, een poortvorm met daarin een paradijslijke vogel. Het tentje is bedekt met rozen. Het lijkt op het haagje van de ´Hortus Conclusus´, de besloten tuin. Verderop achter het hek in het tweede deel van de tuin, daar waar de volle fruitboompjes vrucht dragen, staat een tweede vogel. De vogels kijken elkaar aan. Zij weten wat de monnik geschreven heeft.